Bijenvolk

In de vrije natuur leven bijen op beschutte plekken zoals b.v. in holle bomen. Door de mens gehouden bijen leven in een bijenkorf of 'kast'.

Een bijenvolk is een sterke sociale eenheid, het individu binnen die gemeenschap telt niet. Er zijn binnen een volk drie typen bijen: een koningin, werksters en darren. De koningin is een vrouwelijke bij, die voor het nageslacht zorgt. De werksters zijn onvruchtbare vrouwelijke bijen, die al het andere werk doen. De darren zijn de mannelijke bijen, zij bevruchten de koningin en zijn daarna niet meer nodig.

De darren halen zelf geen voedsel, maar worden gevoerd door de werksters. In de nazomer, wanneer er minder honing gehaald wordt en de darren niet meer nodig zijn, jagen de werksters hen de kast uit. Als zij niet goedschiks willen gaan, dan maar kwaadschiks: de werksters steken de darren dood en gooien ze buiten de woning, dit wordt ook de darrenslacht genoemd.

Koningin, is groter en makkelijk te vinden,
maar sneller als je ze merkt:


Voortplanting

Het bijenvolk is een sterke leefgemeenschap, de voortplanting is niet gericht op een enkele bij maar veeleer op het volk. Er moeten dus meer volken komen, en dat gaat zo: in het voorjaar groeit het aantal bijen in een volk. Alle bloemen bloeien en er komt veel voedsel (honing en stuifmeel) binnen. Op een gegeven ogenblik beginnen de werksters grotere cellen in de raten te maken en in deze cellen legt de koningin onbevruchte eieren. Uit deze eieren komen na 24 dagen de darren die na ongeveer een week geslachtsrijp zijn. Het wonderlijke is dat een dar geen vader heeft, maar wel een opa!

Als er eenmaal darren zijn, gaan de werksters langs de randen van de raten een aantal grote cellen maken: daar legt de koningin een normaal bevrucht eitje in. Als na drie dagen het larfje uit het eitje kruipt, krijgt dit larfje bijzonder voedsel: de zogenaamde koninginnegelei. Dit eiwitrijke voedsel maken de werksters met behulp van nectar, stuifmeel en een bijzondere klier in hun kop. Deze larven groeien heel snel en verpoppen na zes dagen. Dertien dagen nadat de larve uit het ei is gekomen, wordt de nieuwe koningin geboren. Net voor haar geboorte waarschuwt de nieuwe koningin, door middel van bepaalde piepgeluiden, het zogenoemde tuten en kwaken, dat zij in aantocht is.

De oude koningin vliegt met ongeveer de helft van het volk uit nadat de eerste koninginnecellen gesloten worden, dwz tussen 7 en 1 dag voor de geboorte van de jonge koninginnen, en zoekt een nieuwe woning. Dit noemen we het zwermen van de bijen, zo’n eerste bijenzwerm telt meestal 10.000 à 20.000 bijen. De bijen hebben zich voor het verlaten van de woning helemaal volgezogen met honing en kunnen niet gemakkelijk steken. In het gehalveerde volk komen nu binnen enkele dagen nog verschillende koninginnen uit en telkens verlaat de oudste, met de helft van het resterende volk, de kast om een nieuwe woning te zoeken. Op deze manier splitst het volk zich op in 3 tot 6 volken. De volken beginnen in hun nieuwe woning direct met het bouwen van raten, de nieuwe koninginnen maken na ongeveer 3 tot 15 dagen hun bruidsvlucht. In de namiddag vliegen zij uit en begeven zich naar een plaats waar de darren zich verzameld hebben. De darren achtervolgen haar en alleen de snelsten kunnen met de koningin paren, dit gebeurt tijdens de vlucht. Na de paring sterft de dar. De koningin paart met 10 tot 20 darren en heeft dan voldoende sperma voor haar leven dat maximaal 5 jaar duurt. Als de bevruchte koningin terugkeert, blijft zij verder in de woning en ongeveer twee tot drie dagen later begint zij met het leggen van de eitjes. De koningin kan in het hoogseizoen tot 2000 eitjes per dag leggen, wat ongeveer het dubbele van haar eigen gewicht is, zodat het volk snel uitgroeit tot een gemeenschap van 40.000 tot 70.000 werksters.